De vaders van de gedachte

Omslag - De vaders van de gedachte“Heb het slot van mijn roman nu mooi rond. Nu nog een paar kleine hoofdstukjes, én een miniatuurtje in de geest van de late Salinger, en dan gaat het onding naar de leden van mijn heksenkring die al rode stiften aan het inslaan zijn.” Aldus Nanne Tepper in een brief aan Geerten Meijsing, d.d. 13 november 1997. De roman in kwestie was De vaders van de gedachte, Teppers tweede, die in augustus 1998 verscheen en het jaar daarna op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs kwam.

Tot die heksenkring behoorden ook huisgenoot W en ik, die twee weken later een dikke enveloppe met het manuscript ontvingen. Het begeleidende briefje: “Beste Jut & Jul, hierbij mijn nieuwe roman. Gaarne uw opinies etc. Excuses voor het ongemak. Nanne.” Ongemakkelijk was het inderdaad, om je mening te geven over het manuscript van iemand die je inmiddels goed kende. Mijn opmerkingen beperkten zich dan ook vooral tot kleine zaken, taal- en tikfoutjes, vragen en (dat durfde ik nog net) het aanstippen van al te nadrukkelijke Tepperismen. Wat ik wel zei: dat ik deze roman bij vlagen beter vond dan zijn bejubelde debuut.

En dat vind ik nog steeds. Vandaar dat ik een tijdje terug een bijdrage over De vaders van de gedachte voorstelde aan de redactie van het Lexicon van Literaire Werken. Het wat? Het Lexicon van Literaire Werken, “een losbladig naslagwerk waarin de belangrijkste literaire werken van deze eeuw worden besproken.” Doelgroepen zijn, volgens de informatie van de uitgever, studenten en docenten Nederlands, middelbare scholieren en “literatuurliefhebbers in de brede zin des woords”. Je ziet het vaak staan in bibliotheken, en het wordt met name gebruikt door scholieren of studenten die iets over een boek willen weten zonder het te hoeven lezen, door leraren en docenten die idem, en naar het schijnt dus ook door literatuurliefhebbers in de brede zin des woords.

De afgelopen dagen heb ik daarom de roman zorgvuldig herlezen, pen en papier bij de hand – ik schrijf niet in boeken. Dat kan soms tegenvallen, maar dat deed het zeer zeker niet. Citaten gegoogled, nummers opgezocht op YouTube (sommige dan) en zeker ook: recensies verzameld. Leve LiteRom, en zo nog een paar. Wat me bij dit soort exercities opvalt: hoe slordig veel recensenten zijn, maar ook hoe enkele positieve uitzonderingen in een paar zinnen een boek behoorlijk goed neer kunnen zetten. De meeste schrijvers zullen me dat niet nazeggen, daarvoor kennen ze hun eigen werk té goed. Een soort Viruly-effect, maar dan anders.

Nu het stuk nog schrijven.

Advertenties