Toppop yeah!

foto-20-11-16-17-47-15 Vandaag vier jaar geleden overleed de schrijver Frans Kusters. Tien dagen eerder was Nanne Tepper uit het leven gestapt, november 2012 was dus een droeve maand. Kusters was een vriendelijke man die ik vaag kende, we groetten elkaar op straat en kennelijk hadden we in de jaren negentig een keer wat langer gesproken. Dat weet ik omdat ik een jaar of tien geleden nog een keer met ‘m aan de praat raakte, op een feestje van een gemeenschappelijke kennis. Frans kwam op mij af omdat hij een anekdote moest vertellen, het was zo grappig, hij had een brief gekregen en gedacht dat die van mij was, al vond hij de stijl wat vreemd archaïsch, hij had in zijn antwoord een paar keer gerefereerd aan mijn proefschrift en achteraf was gebleken dat niet ik de afzender was maar mijn bijna-naamgenoot Dr. Jac. Van der Weide uit Dukenburg. Hij kwam soms niet uit zijn woorden van het lachten, ik vond het maar een matige anekdote maar zijn vrolijkheid werkte aanstekelijk.

Daar moest ik aan denken toen Thomas Verbogt vanmiddag bij boekhandel Dekker van de Vegt de Toppop gedichten van Frans Kusters ten doop hield. Kusters was geen groot dichter, dat wist en zei Verbogt ook, maar de verhalen die hij vervolgens weefde rond een aantal van YouTube geplukte clipjes (Anton Fasel was de veejay van dienst en voerde die rol met gepast amateurisme uit) maakten de middag, en daarmee ook de bundel, de moeite waard. Kusters en Verbogt leken zich vooral verlustigd te hebben aan de playbackende dames in Toppop, van Corrie Konings tot Patricia Paay en van Amanda Lear tot de vrouw van Duncan Browne. Ze zagen zich al door dergelijke vrouwen aanbeden bij hun ongetwijfeld glanzende schrijverscarrières – die toen nog moesten beginnen – en spraken daarover met onder anderen Pé Hawinkels, die iets realistischer in de wereld stond: “Die Corry Konings, vinden jullie die nou niet géil?”

Inderdaad, de middag had een hoog Top 2000-gehalte en de gemiddelde leeftijd van het publiek was daar ook naar. Een gemiddelde leeftijd die ik, eveneens groot geworden met Toppop, niet eens zo heel erg ver naar beneden haalde. Goed, filmpjes uit 1972 had ik niet meer live meegemaakt, maar vanaf eind 1975 zat ook ik, ik meen op maandagavond, aan de buis gekluisterd als Ad en Penny hun opwachting maakten. Baccara, Boney M, Blondie – als de dag van gisteren etc. “Na de uitzending”, eindigt Thomas Verbogt zijn inleiding, “gingen we dikwijls vermoeid maar dankbaar eten in Chinees-Indisch restaurant Kota Radja.” Dat kan ik ze dan weer niet nazeggen, maar wat een combinatie: Toppop en de Chinees! En zo Nijmeegs, uiteraard, net als soms de gedichten zelf, die oorspronkelijk gepubliceerd werden in het tijdschrift De Schans, onder het pseudoniem D. van Egeraat. ‘Roy Orbison in Nijmegen’, heet het eerste gedicht, dat als volgt eindigt:

O Roy, als je ooit in Nijmegen komt

mag je overnachten in de Commanderie

van Sint Jan en de voormalige vrouw van

de schilder Willink zal jou daar ter wille zijn

Op een poetry slam zou hij geen gek figuur hebben geslagen, Frans Kusters.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s