Toch niet zo geheim

Laurie 001In de reeks Privé-domein verscheen dit voorjaar een deel met brieven, dagboekfragmenten én een roman van Laurie Langenbach. Bezorger Rutger Vahl stuitte tijdens zijn werk aan de biografie van Wally Tax op een grote hoeveelheid documenten van en over Langenbach, de partner van Tax tussen 1978 en 1984. Hij begon zich in haar leven en werk te verdiepen, met dit boek als resultaat. Vahl is van mening dat Langenbach een onderschat schrijfster is, die in brieven en dagboeken haar vorm had gevonden. Of dat zo is betwijfel ik.

Het boek begint met een uitstekende inleiding van Vahl over het leven en werk van Langenbach. Ze wordt in 1947 geboren in Den Haag maar brengt het eerste deel van haar jeugd door op Borneo en in Libië, waar haar vader vanwege zijn werk als geofysicus voor Shell gestationeerd is. Pas als zij veertien is, keert het gezin terug naar Den Haag, waardoor Nederlands altijd in lichte mate een tweede taal voor haar zal blijven. Na haar eindexamen gaat ze in 1965 al snel via Willem de Ridder bij diens nieuwe tijdschrift Hitweek werken en begint haar loopbaan als journaliste, die tot haar dood in 1984 zal duren.

Langenbach had grote ambities als schrijfster en wilde meer zijn dan alleen maar een journaliste en columniste. In 1977 verscheen haar debuut Geheime liefde, een sterk autobiografische roman over haar jarenlange obsessie met een man voor wie schaker Jan Timman model bleek te hebben gestaan. Geheime liefde werd door vrijwel alle recensenten neergesabeld, vaak op grond van oneigenlijke argumenten: Langenbach was te persoonlijk (zeker voor een vrouw), schreef te openlijk over seks en zou er alleen maar op uit zijn een graantje van de roem van Timman mee te pikken. Ze bleef desalniettemin stug doorschrijven, kreeg baarmoederhalskanker, liet zich niet adequaat behandelen en stierf op 37-jarige leeftijd.

Vahl heeft een keuze gemaakt uit de brieven en dagboeken van Langenbach, min of meer chronologisch geordend in hoofdstukken als ‘Brieven van een aspirant-schrijfster’, ‘Literair dagboek’, ‘Brieven aan Wally Tax’ en zo verder. Het beeld dat uit de teksten naar voren komt is dat van een tamelijk tobberige vrouw uit de jaren zeventig die zichzelf vaak moed lijkt in te spreken. Weliswaar is schrijven haar grote ambitie, maar nergens blijkt dat ze daar ook werkelijk talent voor heeft. Ze spiegelt zich aan Vladimir Nabokov, wat mij meteen deed denken aan een andere schrijfster van dezelfde generatie, Doeschka Meijsing, van wie vorig jaar eveneens de dagboeken verschenen. In het geval van Meijsing zien we hoe ze geleidelijk aan volwassen wordt als schrijfster. Langenbach blijft op hetzelfde niveau doorploeteren.

Het is verleidelijk om voortdurend uit de brieven en dagboeken te citeren – niet omdat formuleringen zo raak of zo pregnant zijn, maar juist om het clichématige en nietszeggende ervan te illustreren. En niet alleen in haar zomerdagboek of in de brieven aan Tax, ook in haar literaire dagboek en in brieven aan andere schrijvers weet ze nauwelijks boven het niveau van de gemiddelde intelligente persoon van haar leeftijd uit te stijgen. Dat klinkt hard maar het is helaas niet anders. De laatste brieven, die ze schrijft vanuit Japan waar een groep charlatans haar van haar kanker zegt te kunnen genezen, zijn extreem persoonlijk en de inhoud is aangrijpend. De stijl blijft echter vlak. Langenbach formuleert zorgvuldig, meer niet.

Toch een citaat dan, uit Geheime Liefde: ‘Ik liet de witte blouse van mijn schouders glijden. Hij fladderde naar de grond en landde daar, als een waterlelie op een windstille dag.’ Vahl noemt dit in zijn inleiding een origineel beeld. Kennelijk lezen we met heel andere ogen, want ik had de zin juist aangestreept als een voorbeeld van een enorm cliché, waarvoor een beetje schrijver zich zou schamen. Dit alles niet om Langenbach de grond in te boren, maar om aan te geven dat ze waarschijnlijk niet beter kón.

De literair-historische waarde van het boek dan? Ook op dat punt heb ik zo mijn twijfels. Zeker krijgen we een beeld van met name de jaren zeventig, maar Langenbach is vaak teveel met zichzelf bezig om echt om zich heen te kijken. Als ik de brief lees die zij schrijft aan gitarist Eelco Gelling, dan betwijfel ik of een toekomstig biograaf van Gelling hier veel aan zal hebben. Wat de lezer te zien krijgt van de jaren zeventig is vooral erg treurig en heel af en toe licht komisch: men eet macrobiotisch en zegt op allerlei manieren op zoek te zijn naar een gezonde manier van leven, maar ondertussen wordt de ene na de andere sigaret opgestoken. Wellicht dat het journalistieke werk van Langenbach een ander beeld geeft.

Afgezien van de literaire kwaliteit kun je je, de hele uitgave beschouwend, afvragen of Geheime liefde thuishoort in dit deel uit een reeks van egodocumenten zoals Privé-domein die is. Helemaal als het boek expliciet ‘roman’ wordt genoemd en men contemporaine critici verwijt dat zij het als weinig meer dan wat persoonlijke mijmeringen beschouwden. Een personenregister was verder welkom geweest in een uitgave die zo bol staat van de bekende namen. Het notenapparaat is prima.

Laurie Langenbach is mij in veel opzichten sympathiek. Ik had dan ook graag kunnen zeggen dat zij inderdaad als schrijfster onderschat was of zelfs, zoals Heere Heeresma ooit stelde, dat zij de Nederlandse Virginia Woolf had kunnen worden. Maar het eerste is niet zo en het tweede al helemaal niet. Ook zonder oneigenlijke argumenten over seks, Jan Timman en vrouwelijke schrijvers moet het oordeel zijn dat haar werk zeer matig van kwaliteit is en, ondanks de op zich lovenswaardige poging van Vahl, geen herwaardering verdient.

Laurie Langenbach, Brieven, dagboeken en een geheime liefde (Amsterdam: De Arbeiderspers, 2017)

Bovenstaande recensie werd geschreven voor, en geaccepteerd door Tijdschrift voor biografie en zou in het laatste nummer van dat tijdschrift verschijnen. In dat nummer echter geen spoor van de recensie: ‘Het spijt mij heel erg, maar met het schaamrood op mijn kaken moet ik toegeven dat je bespreking van Langebach niet in het laatste nummer terecht is gekomen, het is aan mijn aandacht ontsnapt.‘ 

Advertenties