Jan van Gemert

Kunstkamer-December2009 040In 2009 stortte ik me op de kunstenaar Jan van Gemert. Hij was een ver familielid – een overgrootvader van mijn grootvader van moederskant was de broer van een overgrootvader van de kunstenaar; volgt u het nog? – en bij ons thuis had altijd een houtskooltekening van hem gehangen. Het bijbehorende schilderij kende ik uit het interieur van mijn grootouders in Helmond. Over Jan van Gemert was bijzonder weinig informatie te vinden en dan moet je net mij hebben. Bij stukjes en beetjes puzzelde ik zijn leven bij elkaar en ondertussen kocht ik links en rechts wat (niet al te prijzig) werk. Een doorbraak was mijn kennismaking met een van zijn zoons, die dus ook in de verte familie was.

Mijn speurtocht resulteerde in een kloek artikel, maar geen enkel tijdschrift was geïnteresseerd: “De redactie was in meerderheid wel te spreken over de kwaliteit van uw bijdrage over de schilder Van Gemert, maar desondanks niet voor publicatie van uw tekst in ons blad, omdat men er niet van overtuigd was dat het belang van deze schilder meer dan lokaal is.” Gelukkig was en is het niet meer zo moeilijk om zelf een boekje te produceren. In 2011 verscheen Kunst vanuit het kippenhok. Over Jan van Gemert, ter gelegenheid van de negentigste geboortedag en de twintigste sterfdag van mijn achter-achter-achter-oudoom (zoiets).

Jan van Gemert was geen ten onrechte vergeten genie, maar het is ook niet terecht dat er tot voor een jaar of tien bijna geen informatie meer over hem te vinden was. Zoals ik in de conclusie van mijn tekst schreef: “Zeker niet al zijn werk is even sterk, maar het is niet moeilijk om tientallen schilderijen en tekeningen uit zijn oeuvre te selecteren die van hoge kwaliteit zijn. Ook enkele van zijn reliëfs in terracotta en chamotte verdienen beslist meer dan lokale of regionale aandacht en waardering.” Inmiddels heb ik zeven werken van Jan van Gemert in huis; vier gaan er hopelijk binnenkort naar een museum. In 2021 komt er – uiteraard in Gemert, waar de kunstenaar het grootste deel van zijn leven woonde – een grote overzichtstentoonstelling.

Illustratie: Eenzame (studieportret van Jo), 1952, waskrijt op karton, 47 x 32 cm.

Advertenties

Beckett en Bio-tex

05-Dobbelmanboekje01Gebruikte de Ierse schrijver Samuel Beckett (1906-1989) een biologisch voorwasmiddel? Dat was de vraag die bij mij opkwam toen ik in een doos met oude grammofoonplaat­jes stuitte op Bim, Bam, Bom en de schat van de blauwe diepzee, in 1971 uitgebracht door “de Bio-tex Fabrieken, Kortman & Schulte N.V. te Dordrecht”. Bim, Bam en Bom waren de drie tamboers met berenmutsen, blauwe jasjes en trommels in de vorm van wasmachi­nes, die begin jaren zeventig verbonden waren met de reclamecam­pagne voor het voorwas­middel Bio-tex Blauw. Het inweekmiddel Bio-tex Groen werd in diezelfde periode aange­prezen door de poppen Loeki, Rieki en Wieki, die ik kende van het plaatje Loeki, Rie­ki, Wieki en de wondervi­ool uit 1970. Maar het waren de drie tam­boers die mijn aandacht trokken, vanwege de naamsoverkeenkomst met de personages uit Becketts korte toneel­stuk What Where (1983). Toen een familielid vervolgens uit eigen verza­me­ling op de proppen kwam met Bim, Bam, Bom en het maanman­netje (1970) en Bim, Bam, Bom redden de Olympische me­dailles (1972), was mijn nieuwsgierigheid definitief gewekt. Wat was het verband met Bec­kett, en waar kon de Ierse schrijver in aanraking zijn gekomen met de Nederlandse reclame-tamboertjes?

De personages in Becketts What Where zijn Bam, Bem, Bim en Bom, aan­gevuld met “voice of Bam”. In de regie-aanwijzing voorafgaand aan de tekst wordt gesteld dat de “players as alike as possible” dienen te zijn. Als het stuk opent horen we de stem:

We are the last five.
In the present as were we still.
It is spring.
Time passes.
First without words.
I switch on.

De personages in Bim, Bam, Bom en het geheim van de blauwe diep­zee zijn de tamboers Bim, Bam en Bom, aangevuld met een anonieme, vertellende stem. Qua uiterlijk zijn Bim, Bam en Bom absoluut “as alike as possible”: waar Donald Ducks neefjes Kwik, Kwek en Kwak tenminste nog verschillend gekleurde petjes hebben, zijn de trommelaars van Bio-tex volledig identiek. Als het grammofoonplaatje begint horen we de stem van de verteller:

Sssst. Stil.
Ja jongens en meisjes, m'n vrienden Bim, Bam en Bom
zitten hier gezellig in de huiskamer bij elkaar.
't Is avond.
Bim leest een boek.
Bam repareert een wekker.
En Bom die is z'n zakgeld aan het tellen.
't Is rustig.

Wat er verder gebeurt is van weinig belang: de overeenkomsten met Becketts stuk zijn reeds té opvallend om nog te kunnen negeren.

James Knowlson geeft in zijn Beckett-biografie Damned to Fame een aantal mogelijke bronnen voor What Where. Genoemd worden onder meer Schu­berts Winterreise, en de gedichten ‘Oft in the Stilly Night’ van Thomas Moore en ‘Voyelles’ van Arthur Rimbaud. Geen woord over Bio-tex. De meest voor de hand liggende link tussen Beckett en Nederland, schrijfster/vertaalster Jacoba van Velde, komt er bij Knowlson eveneens relatief bekaaid van af. We weten dat haar corresponden­tie met Beckett minimaal tot 1980 in stand bleef, en dat zij tot ver in de jaren zeventig zijn stukken in het Nederlands vertaal­de. Maar afgezien van een enkele losse opmerking komen we uit Damned to Fame weinig te weten over de mogelijke inhoud en reikwijdte van de contacten tussen Sam en Jacoba. Ging het alleen over Becketts werk, of raadpleegde Bec­kett haar misschien ook over meer aardse zaken?

Beckett woonde in Parijs, maar bezat tevens een huisje in het nabijgelegen Ussy-sur-Marne. Hypothese: als Beckett zich terugtrok in Ussy, waar de omstandigheden wat primitiever waren dan in het mondaine Parijs, moest hij natuurlijk ook de was doen. Misschien bevatte een van zijn brieven aan Jacoba van Velde uit het begin van de jaren zeventig een verzuchting over hardnekkige vlekken die zich zonder voorwasmiddel niet lieten verwijderen, en stuurde Jacoba, die meeleefde met haar oude vriend, hem een pak Bio-tex Blauw. Beckett werd om welke reden dan ook getroffen door de drie iden­tieke tamboertjes op de doos met waspoeder en bestelde uit pure nieuwsgierigheid een gram­mo­foonplaatje bij Kortman & Schul­te, dat hij enkele weken later in zijn Parijse appartement af­speelde. Met name het begin van het plaatje, “Ssst. Stil” zette zich, ondanks zijn geringe kennis van het Nederlands, in zijn geheugen vast – niet toevallig publiceerde hij in de zomer van 1972 de tekst Still.

Tien jaar later, in de zomer van 1982, wordt hij gevraagd een stuk te schrijven voor het Najaarsfesti­val in Graz van 1983. Maandenlang doet hij ver­geefse pogingen, om zich uiteindelijk met kerstmis weer terug te trekken in Ussy. Daar stuit hij op het oude, vaal geworden pak Bio-tex Blauw. Herinneringen aan Jacoba van Velde, wegkwijnend in een rusthuis in Nederland, komen bij hem op, en weer terug in Parijs probeert hij Bim, Bam, Bom en de schat van de blauwe diepzee terug te vinden, zonder succes. Wat hij nog weet is het begin van het plaatje: de sonore stem van de verteller, de rust in die stem, en natuurlijk de drie tamboer­tjes. Hij doet opnieuw een poging tot het schrijven van het stuk voor het festival in Graz, en gewapend met nieuwe inspiratie weet hij in maart What Where af te ronden.

De ironie wil dat What Where tot op heden nog niet in het Nederlands is vertaald. De kans is echter groot dat Jacoba van Velde het vlak voor haar dood in 1985 nog wel onder ogen heeft gehad. Het zal haar misschien een klein beetje met haar naderende einde hebben verzoend dat een eenvoudig pak biologisch voorwas­middel, door haar onder Becketts aandacht gebracht, tien jaar na dato van invloed blijkt te zijn geweest op het oeuvre van de grootste toneelschrijver van de eeuw.

(eerder verschenen in Het Beckett Blad 1999, 17)

 

Aangetekend

IMG_0002Begin februari 1977 was ik twaalf jaar, woonde ik in Macharen en lag ik ziek op bed. Heel erg kan het niet geweest zijn, een griepje misschien. Het was ochtend, er werd aangebeld en mijn moeder kwam even later boven met een aangetekende brief – voor mij. Afzender was Kortman & Schulte uit Dordrecht, nooit van gehoord, maar er zat ook een stempel op met een afbeelding van de majorette uit de Biotex-reclames. Belangrijker nog: het opschrift “Aangegeven waarde f 100,- (honderd gulden)”. Dat zou toch niet … Een paar weken eerder had ik meegedaan met een prijsvraag van Biotex, waarbij je leeg gelaten tekstwolkjes in een afbeelding moest vullen. Majorette tegen ouder echtpaar: “…” (ik: “Wat vindt u van de Biotex-tune?”). Ouder echtpaar: “…” (ik: “Die vind ik erg goed.”) Langslopend jong, beetje hippie-achtig stel: “…” (ik: “Geef mij de Beatles maar.”) Geen briljante vondst, maar kennelijk genoeg om honderd gulden mee te winnen; een biljet zat in de enveloppe. Een fortuin. Ik kocht onder meer een dubbelelpee met grootste hits uit de Top 40 van 1976 en de motor van Lego. Ook moest ik onder druk van mijn moeder vijfentwintig gulden aan mijn broer geven. Vreselijk onrechtvaardig vond ik dat.